Komend weekend barst het jaarlijkse volksfeest weer los en staan vooral Noord-Brabant en Limburg in het teken van carnaval. Zoals wel vaker kwam ook dit jaar de vraag naar boven wat de economische betekenis is van carnaval. Een vraag zonder eenduidig antwoord, want het is maar net vanuit welke invalshoek je het bekijkt.
Op ludieke wijze maakten Charles Kalshoven en Thomas Grosfeld vorig jaar in Economievakblad ESB bijvoorbeeld een schatting van de totale baten (bestedingen) en kosten (ziekteverzuim, spoedeisende hulp en gemeentelijke uitgaven) van carnaval. Maar zij benoemen terecht ook het sociale aspect en het belang van dit feest voor veel individuele ondernemers. Ook wij krijgen regelmatig de vraag wat de bestedingseffecten zijn van grote evenementen of feestdagen. Daarom kijken we dit jaar naar de carnavalsomzet.
Macro-economische effecten zijn waarschijnlijk beperkt
Waarschijnlijk zorgt carnaval vooral voor een verdeling van besteding over tijd, plaats en bestedingscategorie. Oftewel, zonder carnaval zouden mensen hun geld waarschijnlijk op een ander moment, ergens anders en aan iets anders besteden. Vanuit macro-economisch oogpunt lijkt het effect daarom beperkt. Kijken we naar de bestedingen in een bepaalde periode, in bepaalde regio’s of voor een bepaalde sector of groep ondernemers, dan zijn er wel degelijk effecten.
Carnaval heeft mogelijk ook een positief effect op de aanbodzijde van de economie, via netwerkeffecten (en uitwisseling van ideeën en kennis) en de mogelijkheid dat mensen beter inzetbaar zijn. Voor veel mensen is carnaval een belangrijke uitlaadklep die ervoor zorgt dat ze de rest van het jaar hun beste beentje voor kunnen zetten. Tegelijkertijd leidt carnaval ook tot een hoger ziekteverzuim en is het onwaarschijnlijk dat het volksfeest zorgt voor een significante stijging van structurele investeringen of werkgelegenheid, waardoor we eerder verwachten dat aanbodeffecten zeer beperkt of zelfs afwezig zullen zijn.
Duidelijke bestedingspiek in de carnavalsweek
Om de bestedingseffecten van carnaval te schatten, gebruiken we geanonimiseerde transactiedata van zakelijke klanten van Rabobank. Deze data maken het mogelijk om de omzetverschillen tussen weken te analyseren, uitgesplitst naar sectoren en regio’s.[1] In dit geval bekijken we de transactiedata van de horecasector in Noord-Brabant en Limburg in het eerste kwartaal van 2023.
Figuur 1 toont voor elk van de dertien weken in dat kwartaal het geschatte verschil met de gemiddelde omzet van die dertien weken. We zien een duidelijke piek in week 8, de Carnavalsweek. In die week was de geschatte omzet 21% hoger dan de gemiddelde weekomzet in dat kwartaal, een statistisch significant verschil (p < 0,01). Ook in andere weken zien we verschillen. De lager dan gemiddelde omzet in de weken na carnaval passen bij het idee dat veel carnavalsvierders na carnaval minder besteden in de horeca. Deze verschillen zijn echter niet statistisch significant.

Vooral cafés, hotels en een deel van de restaurants profiteren
Vooral cafés, tot carnavalslocatie omgebouwde restaurants, fastfoodrestaurants en hotels weten te profiteren van de carnavalsdrukte. De hotels in carnavalssteden zien de vraag sterk toenemen. Zo liggen de kamerprijzen van negentien willekeurig geselecteerde hotels in Breda, Tilburg, Den Bosch, Eindhoven, Venlo en Maastricht op Booking.com tijdens carnaval gemiddeld zo’n 35% hoger dan in het weekend na carnaval. De combinatie van feestvierders van buiten de regio, hogere bezettingsgraden en beperkte beschikbaarheid zorgt voor een stevige prijsopdrijving. Voor veel cafés is de carnavalsperiode goed voor een belangrijk deel van de jaaromzet. We zien dat sommige cafés 10% tot 20% van de jaaromzet realiseren in deze periode.
Toch profiteert niet elke horecaondernemer in gelijke mate van deze piek. Uit een analyse van 110 wederom willekeurig geselecteerde restaurants in dezelfde zes carnavalssteden op boekings- en reserveringsplatforms (zoals Zenchef en The Fork) blijkt dat ongeveer de helft daarvan gesloten is tijdens carnaval. Veel restaurants kiezen ervoor de deuren dicht te houden vanwege beperkte vraag of geven personeel vrij vanwege het carnavalsfeest. Hoewel carnaval dus zonder twijfel een economische motor is voor bepaalde delen van de horeca, laat de spreiding in omzet duidelijk zien dat dit effect sterk varieert per type onderneming.
Tot slot benadrukken we de culturele en sociale functie van het carnavalsfeest. Het brengt mensen uit alle lagen van de bevolking bij elkaar in een sfeer van creativiteit en verbinding. De optochten, muziek en verkleedpartijen versterken het gevoel van gedeelde identiteit en lokale trots, en dragen bij aan het opbouwen en onderhouden van sociale netwerken. Daarmee heeft carnaval naast een economisch effect ook een effect op de brede welvaart.
Bron tekst, grafiek en foto: Rabobank